Sesta Producties

Tessa Heselhaus

Geloven we nog?

Geloven in Nederland anno 2017: hoe kijken we daar tegenaan? Vier vrouwen vertellen wat het geloof voor hen betekent. 

Margriet 15 - 2017

 

Fiona Dadema (44) is hervormd en getrouwd met Arthur (46). Ze hebben zes kinderen (24, 20 19, 9, 9 en 6). De drie jongsten zijn gelovig. De oudste drie, onder wie Esther (20), geloven niet meer.

Fiona: "Esther was een jaar of dertien toen ze vertelde dat ze twijfels had over haar geloof. Ja, toen moest ik wel even slikken. Ik ben ervan overtuigd dat je als gelovige na je overlijden naar God gaat en dat je in het hiernamaals voortleeft zonder pijn en ellende. Voor Esther is dat dus niet weggelegd; evenmin voor Sarah (24) en Ruben (19) die ook niet meer geloven. Dat doet me verdriet."
Esther: "Op de christelijke basisschool las ik elke ochtend uit de Bijbel. Thuis deden we dat ook en ik bad ’s avonds voor het slapen gaan. Maar toen ik ouder werd, deed ik dat minder op vaste momenten en ging ik me afvragen: waarom bid ik eigenlijk? Ik realiseerde me dat ik dat vooral deed als ik niet lekker in mijn vel zat, met de hoop op bescherming. Bijvoorbeeld als ik ruzie met iemand had. Soms kwam het goed, soms niet. Maar kwam dat doordat ik het aan God had gevraagd? Daar kreeg ik steeds meer twijfels bij."
Fiona: "Ik voel me juist enorm gesteund door mijn geloof. Mijn man heeft adhd en een dwangstoornis, bovendien is onlangs autisme bij hem vastgesteld. Dat heeft zijn weerslag op onze relatie. Op momenten dat ik er doorheen zit, geven de tien geboden mij steun. Bijvoorbeeld dat ik geen kwaad mag spreken en mijn naasten moet liefhebben als mijzelf. Dat besef geeft me kracht: mijn man heeft mij nodig, ik moet sterk zijn."
Esther: "Het is voor mijn moeder best zwaar. Ze doet haar best om er voor mijn vader te zijn en ik vind het mooi dat ze kracht kan halen uit haar geloof. Voor mij vormen mijn vriend en familie een steun als het tegenzit. Daar heb ik geen religie voor nodig. Mijn vader is ook niet-gelovig, maar we bidden aan tafel wel mee. Uit respect voor mijn moeder en jongere broer en zusjes, die wel geloven."
Fiona: "Mijn jongste zei laatst: 'Ik heb twee vaders: papa en de Here God.' Hij gaat volledig in zijn geloof op en heeft het gevoel dat hij wordt beschermd. Dat is zo waardevol. Ik vind het jammer dat mijn drie oudsten het niet zo ervaren. Gedeeltelijk wijt ik dat aan mezelf. Als moeder zie ik het als mijn plicht om met hen over het geloof te praten. Daarin heb ik gefaald toen ze jong waren. Ik nam ze mee naar de kerk en we lazen thuis uit de Bijbel, maar stelde hen weinig persoonlijke vragen: hoe kijk je naar het geloof, hoe leeft het bij jou? Bij mijn drie jongsten zal ik daar straks voor waken. Aan de andere kant weet ik ook dat je geloof niet kunt afdwingen. Dat maakt het dubbel. Ook al word je kerkelijk opgevoed, dan nog moet er een moment komen waarop het geloof voor je gaat leven. Ik blijf de hoop houden dat mijn oudsten dat nog gaan meemaken."

 

 

 

Click me